Van angst leren we over moed

shutterstock_180017057

Angst is een uiterst nuttige emotie. Het is het instinct om te beschermen. Het maakt je alert, scherpt je zintuigen aan en verhoogt je bewustzijnsniveau wanneer er gevaar dreigt. Het is een basis -instinct voor overleving. Een gevoelige antenne, goed afgestemd op signalen van gevaar, stelt ons in staat snel in de gaten te krijgen dat er zich iets dreigends voordoet, en bijtijds te reageren. Maar gevaarsignalen worden gedempt als we een patroon ontwikkelen waarbij angst ontkend en onderdrukt wordt. Wanneer we geen aandacht besteden aan bepaalde angstsignalen, wordt deze energie gegeneraliseerd tot een algemeen gevoel van paranoia, een voortdurende lichte graad van alarm die ons hele leven doordringt.

We zitten bijna allemaal vast in grote of kleine angsten: we zijn bang voor verandering, om onze baan of geliefde te verliezen, hebben succesangst, zijn bang om te falen, om door de mand te vallen, niet goed genoeg te zijn, bang té gelukkig te zijn, bang voor afwijzing, bang voor de waarheid, bang om te voelen, bang voor (enge)ziektes, bang om dood te gaan. We hebben vliegangst, zijn bang voor spinnen, liften of tunnels. Om maar enkele angsten te noemen.

 

Lichaamssignalen bij het niet uiten van angst: je keel, nek en onderrug zullen verstijven, de schouders gaan omhoog, de kaak verstrakt, het voorhoofd trekt samen, het bekken wordt onbeweeglijk en we zullen de knieën tegen elkaar gedrukt houden. Deze angst verlamt onze levensenergie.

Angst vermijdt, bevriest en verstijft, verlamt, verbergt, panikeert, trekt samen, houdt terug, maakt alert, blokkeert ons lichaam, ons denken, ons handelen, onze spirituele vooruitgang.

 

Door ons aan het bekende vast te klampen ontnemen we onszelf de mogelijkheid tot een vibrerend heden en toekomst. We hebben veel ingehouden schreeuwen, waarmee we ook onze andere emoties verlammen. We hebben vaak angst voor de angst en laten ons verlammen door angst.

Als angst er niet mag zijn, krijg je vaak een emotie of kwaliteit die hiervoor in de plaats gaat komen. Dan wordt die emotie of kwaliteit gehanteerd om de angst niet te hoeven voelen. Het kan bijv. zijn dat je boos wordt om je angst niet te hoeven voelen. Of dat je een arrogante houding aanneemt. Of de angst omzet in een dwangmatige bezorgdheid. Of je angst weglacht en ‘overstijgt’ waardoor het lijkt alsof gevaar voor jou niet bestaat. Maar andersom geldt het ook, namelijk dat jij je kunt vereenzelvigen met je angst om je boosheid of verdriet niet te hoeven voelen.

 

Voorbij angst is geloof en vertrouwen. Vertrouwen, dat je iedere situatie, hoe erg, pijnlijk, schaamtevol of ongemakkelijk ook, kunt overleven. Het is aanwezig durven zijn met wat is.

Dit vraagt moed. Van angst leren we over moed.

 

 

Zolang je er voor wegrent

kan angst uitgroeien tot een schijnbaar monster.

Maar wanneer je je 180 graden omdraait,

en de angst met open vizier tegemoet treedt,

wordt het monster opeens heel verlegen.

 

Erik van Zuydam